bijlage 26.6.a bij
26.6 Aspectontwikkeling
Spiegelwerking van de holle spiegel
Virtuele en reële beelden
Gebogen spiegels bieden meerdere vormen van reflectie. (22.18.a)
Bij de holle en de bolle spiegel zijn ieder zeven verschillende vormen mogelijk. *
De holle spiegel
a. De holle spiegel biedt aan een voorwerp dat er dichtbij staat een vergroot virtueel beeld ten opzichte van de werkelijke afmetingen.
Met een holle spiegel kunnen, al naar gelang de afstand tot het brandpunt en het middelpunt, zowel virtuele als reële beelden worden gevormd. Naarmate het Ik dichter bij het brandpunt komt te staan verliest het beeld gaandeweg z'n contouren en wordt tenslotte onbepaald.
Het Ik dat zich met dit spiegelbeeld identificeert waant zich aanvankelijk groter dan hij is, om zichzelf tenslotte te verliezen.
Deze spiegeling werkt dus divergerend, dat wil zeggen uitwaaierend, de ik-vorming niet bevorderend. Op Bali is deze ontwikkelingslijn algemeen gebruikelijk.
Afgezien van opvoedingssituaties kan deze spiegelwerking in het intermenselijk verkeer dienstig zijn om grenzen te verdoezelen en een al te confronterende beeldvorming te voorkomen. Echter, met het onvindbaar worden van de eigen grenzen wordt het Ik dan voor z'n ik-gevoel afhankelijk van zijn omgeving.
b. Het reële beeld ontstaat wanneer de afstand tot het brandpunt groter is. Het beeld wordt dan verkleind; het is nu niet meer in de spiegel te zien, maar daar voor. Het wordt als een reëel beeld voor de spiegel neergezet. Deze spiegeling werkt convergerend, dat wil zeggen ik-vormend.
Het Ik krijgt hierin zichzelf verscherpt terug te zien, maar ook kan concreet vat op zichzelf krijgen. Ook is het met deze projectie mogelijk om doelgericht een beeld op iemand af te drukken. Wanneer dit te heftig gebeurd, brandt het beeld in waardoor het Ik er blijvend mee bezet blijft.
Bij persoonssterke mensen zijn deze werkingen goed merkbaar. Bij onbewustheid ervan overheerst het eigen belang, met de ich-planeten als instrument. Wanneer men hierop meer wakker gaat worden, kan ook het Es mee gaan doen in het aangeboden beeld. Dit is het werkterrein van de pedagoog.
-.-.-.-.-
literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,